Wie een woning erft, krijgt binnen enkele maanden ook de rekening: erfbelasting. Die rekening is gebaseerd op de WOZ-waarde van het huis. En die waarde klopt lang niet altijd. Steeds meer erfgenamen ontdekken achteraf dat ze te veel hebben betaald en dat ze erfbelasting terugvragen, tot vijf jaar na het overlijden, nog altijd mogelijk is. We leggen in het artikel uit hoe u erfbelasting terugvraagt via de WOZ-waarde precies werkt, welke termijnen gelden en welke route in uw situatie van toepassing is.
Sinds 1 januari 2010 is de WOZ-waarde wettelijk verplicht als grondslag voor de erfbelasting op een woning. Dat staat in artikel 21 van de Successiewet 1956. De gemeente stelt die waarde jaarlijks vast en de Belastingdienst neemt die waarde over zonder een eigen taxatie uit te voeren. Voor erfgenamen scheelt dat gedoe met een taxateur, maar het heeft ook een keerzijde: gemeenten schatten woningen bij de WOZ-bepaling regelmatig te hoog in. Vaak wordt er bijvoorbeeld van uitgegaan dat een huis goed onderhouden en gemoderniseerd is, terwijl dat in de praktijk niet zo hoeft te zijn.
Een te hoge WOZ-waarde werkt direct door in de aanslag. Hoe hoger de waarde, hoe meer erfbelasting u moet afdragen. Bij de huidige tarieven (die oplopen tot 40 procent) kan een paar ton verschil in WOZ-waarde al snel duizenden euro's schelen.
Lees hier ook meer over Box 3 belastingen 2026 analyse
Bij de aangifte erfbelasting mag u kiezen: de WOZ-waarde van het jaar van overlijden, of die van het jaar erna. Dat klinkt als een detail, maar het kan een fors verschil maken, zeker in een periode waarin huizenprijzen (en dus WOZ-waarden) snel stijgen of dalen. Kies de laagste van de twee. Veel mensen vullen automatisch de waarde in die de gemeente op de aanslag zet, zonder te checken of de andere peildatum voordeliger uitpakt.
Wie erfbelasting wil terugvragen, loopt al snel tegen een verwarrend punt aan: er zijn geen twee, maar drie verschillende routes om erfbelasting terugvragen mogelijk te maken en welke van toepassing is hangt af van waar u in het proces zit.
Een belangrijke kanttekening hierbij: een WOZ-waarde die onherroepelijk is vastgesteld, kan niet meer worden verlaagd via een procedure over de erfbelasting zelf. Dat bevestigde het Hof Arnhem-Leeuwarden in een uitspraak uit 2022. Wilt u dus met terugwerkende kracht erfbelasting terugvragen op basis van een te hoge WOZ-waarde, dan moet die WOZ-beschikking apart worden aangevochten, niet alleen de belastingaanslag.
Wie zelf aan de slag wil om erfbelasting terugvragen, doorloopt in de praktijk steeds dezelfde stappen. De aanpak verschilt weinig, of het nu gaat om een bezwaar tegen de WOZ-beschikking of om een verzoek om ambtshalve vermindering:
Een taxatieverslag valt gratis op te vragen bij de gemeente. Wie zich onzeker voelt over de onderbouwing, kan een taxateur of WOZ-specialist inschakelen, dat kost geld of een percentage van de teruggave, maar bespaart tijd en verhoogt de kans op een succesvolle procedure.
Bij WOZ Kwadraat, een bureau dat gespecialiseerd is in WOZ-bezwaren, is een zaak uit Meerssen bekend die de impact illustreert. Een nicht van de erfgenamen overleed in oktober 2021. De woning werd in januari 2023 verkocht voor 308.000 euro, terwijl de WOZ-waarde voor belastingjaar 2021 op 295.000 euro was vastgesteld. Na bezwaar werd de WOZ-waarde verlaagd naar 233.000 euro. Over het verschil van 62.000 euro betaalden de erfgenamen 30 procent minder erfbelasting: een besparing van 18.600 euro, uitgekeerd nadat de erfbelasting al was betaald.
Dit soort bedragen zijn geen uitzondering. Bij de huidige tarieven, waarbij verre familieleden en niet-verwanten al snel 30 tot 40 procent belasting betalen over de erfenis, telt elke duizend euro verschil in WOZ-waarde direct door.
Hoeveel erfbelasting u uiteindelijk betaalt, hangt af van uw relatie tot de overledene. Partners en kinderen vallen in de gunstigste groep, met de laagste tarieven en hoogste vrijstellingen. Voor kleinkinderen ligt dat al een stuk minder gunstig. Overige erfgenamen (zoals ooms, tantes, neven en nichten of vrienden) vallen in de derde groep. Voor hen geldt in 2026 een vrijstelling van 2.769 euro en daarboven 30 procent belasting over de eerste 158.669 euro en 40 procent over al het meerdere.
Juist voor deze groep, met een relatief kleine vrijstelling en hoge tarieven, telt een te hoge WOZ-waarde extra hard door. Erfbelasting terugvragen is voor hen vaak financieel het meest de moeite waard.
Niet elk verschil tussen WOZ-waarde en marktwaarde is de moeite van een procedure waard. Een bezwaar kost tijd, en soms geld voor een taxatie of adviseur. Bij een klein verschil van een paar duizend euro in WOZ-waarde weegt dat niet altijd op tegen het te verwachten voordeel. Bij grotere afwijkingen (zoals in het voorbeeld hierboven) kan het al snel om duizenden euro's gaan, en dan loont erfbelasting terugvragen bijna altijd.
Wie te veel erfbelasting heeft betaald en dat bedrag via bezwaar of een verzoek om vermindering terugkrijgt, heeft in veel gevallen ook recht op belastingrente over het teruggevraagde bedrag. Andersom geldt dat ook: bij een te late aanslag kan de Belastingdienst juist rente in rekening brengen. Dit aspect komt bij veel adviesbureaus nauwelijks aan bod, terwijl het bij een teruggave over meerdere jaren om een extra bedrag bovenop de hoofdsom kan gaan.
Niet elke woning valt onder de standaardregels:
Zelf een bezwaar of verzoek indienen kan, en scheelt kosten. Maar de termijnen zijn kort, de onderbouwing moet kloppen en het is makkelijk om iets over het hoofd te zien, zoals het juiste belastingjaar of de juiste peildatum. Gespecialiseerde bureaus werken vaak op basis van no cure no pay: geen kosten als er niets wordt teruggehaald. Voor wie weinig tijd heeft of onzeker is over de onderbouwing, kan dat een praktische uitkomst zijn. Voor wie liever zelf de regie houdt en de stappen begrijpelijk vindt, is het ook goed te doen zonder tussenpersoon.
Dit artikel geeft algemene informatie en is geen fiscaal advies. Twijfelt u of erfbelasting terugvragen in uw situatie de moeite waard is, of loopt u vast in de aanvraag? Neem dan contact op met een fiscalist, notaris of de Belastingdienst.