Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
Wil je weten tot welk bedrag belastingvrij sparen in 2026 kan? Dat is € 59.357 per persoon en € 118.714 met een fiscaal partner. Voor 2027 liggen er twee bedragen op tafel en de politiek beslist de komende weken welk bedrag geldt. In dit artikel lees je wat belastingvrij sparen inhoudt, wat je betaalt als je erboven zit en wat je nu al kunt regelen.
De grens voor belastingvrij sparen heet officieel het heffingsvrij vermogen. Voor een alleenstaande is dat in 2026 € 59.357. Voor belastingvrij sparen met een fiscaal partner geldt samen € 118.714. Over het vermogen daarboven rekent de Belastingdienst belasting in box 3, tegen een tarief van 36 procent.
Je mag in Nederland onbeperkt sparen. De grens zegt niets over hoeveel geld je op je rekening mag hebben, alleen over het deel waarover je belasting betaalt. Belastingvrij sparen betekent dus dat je vermogen onder de vrijstelling blijft.
Veel mensen denken dat de grens alleen voor hun spaarrekening geldt. De vrijstelling geldt voor al je vermogen in box 3 samen. Naast spaargeld horen daar beleggingen, crypto en een tweede woning bij. Je eigen woning en je pensioen tellen niet mee. Schulden mag je onder voorwaarden aftrekken, maar niet elke schuld komt in aanmerking.
De Belastingdienst kijkt naar je vermogen op 1 januari om 00.00 uur. Wat je daarna op je rekening zet of opneemt, speelt voor dat jaar geen rol meer. Wie wil weten of belastingvrij sparen lukt, moet dus naar die ene peildatum kijken.
Je betaalt geen belasting over het rendement dat je echt haalt, maar over een fictief rendement. Dat heet forfaitair rendement. In 2026 geldt nog de overbruggingswetgeving voor box 3, en daarin werkt de Belastingdienst met vaste percentages per categorie vermogen. Voor 2026 gelden voorlopig deze percentages: 1,28 procent voor spaargeld, 6 procent voor beleggingen en andere bezittingen en 2,70 procent voor schulden. De percentages voor spaargeld en schulden worden begin 2027 definitief vastgesteld.
Over dat fictieve rendement betaal je 36 procent, maar alleen over het deel van je vermogen boven het heffingsvrij vermogen. Bij alleen spaargeld komt dat neer op ongeveer 0,46 procent per jaar (1,28 procent maal 36 procent) over het bedrag boven de grens. Dat is veel minder dan het tarief van 36 procent doet vermoeden.
Zit je werkelijke rendement lager dan het fictieve rendement, dan kun je dat aantonen met de tegenbewijsregeling. Die regeling blijft in 2027 bestaan. Voor spaarders met weinig rente kan dat lonen.
Een voorbeeld laat zien wat belastingvrij sparen in de praktijk betekent. Stel, je bent alleenstaand en hebt op 1 januari 2026 € 50.000 aan spaargeld en verder niets. Dan zit je onder de grens en betaal je niets. Met € 100.000 aan spaargeld ligt het anders. Er blijft dan € 40.643 over boven het heffingsvrij vermogen. Je betaalt daarover ongeveer € 187 belasting.
Voor 2027 rekenen we met een voorlopig spaarforfait van circa 1,27 procent. Met de grens uit het Belastingplan (€ 60.098) betaal je over dezelfde € 100.000 ongeveer € 182. Gaat de grens naar € 30.846, dan wordt het ongeveer € 316. Het zijn eigen berekeningen en ze zijn indicatief. Wil je je exacte bedrag weten, gebruik dan de rekenhulp van de Belastingdienst.
Op Prinsjesdag, 15 september 2026, kwam het kabinet met het Belastingplan 2027. Daarin stijgt het heffingsvrij vermogen naar € 60.098 per persoon (€ 120.196 met een fiscaal partner). Het tarief blijft 36 procent. Dat zou betekenen dat belastingvrij sparen in 2027 iets ruimer wordt.
Op 29 september 2026 stuurde het kabinet een brief die het beeld voor belastingvrij sparen omdraait. Het wil het heffingsvrij vermogen in 2027 bijna halveren tot € 30.846 per persoon (€ 61.692 met een fiscaal partner). Dat is het niveau van 2020. De verlaging loopt via een novelle bij het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, en die moet vóór 31 december 2026 zijn aangenomen. De Tweede Kamer is kritisch op de dekking. Zeker is het dus nog niet.
Er is nog een wijziging. De extra vrijstelling voor groen sparen en groen beleggen daalt van € 26.715 naar € 200 per persoon. Wie op groen sparen rekende voor belastingvrij sparen, houdt in 2027 dus bijna niets over van dat voordeel.
Belastingvrij sparen speelt ook bij toeslagen, want daar geldt een eigen vermogensgrens die vaak anders ligt dan die van box 3. Voor de huurtoeslag is de grens in 2026 € 38.479 voor een alleenstaande. Voor de zorgtoeslag stelt het kabinet voor om de grens voor alleenstaanden in 2027 te verlagen van € 146.011 naar € 119.122. Volgens berichten raken zo ongeveer 40.000 huishoudens hun zorgtoeslag kwijt. Ook die verlaging moet nog definitief worden goedgekeurd.
Bij de vermogenstoets voor toeslagen tellen spaargeld, beleggingen en een tweede woning mee. Je eigen woning en je pensioen niet. Wie op 1 januari 2027 boven de grens zit, krijgt voor het hele jaar geen zorgtoeslag. Je inkomen hoeft daarvoor niet te veranderen. Het loont daarom om je vermogen te checken voordat je denkt dat je ruim onder de grens voor belastingvrij sparen zit.
Voor belastingvrij sparen heb je een paar mogelijkheden: je kunt je vermogen in box 3 verkleinen of er minder belasting over betalen.
Schuif je vermogen rond 1 januari alleen om box 3-belasting te drukken, dan kan dat fiscale gevolgen hebben. Houd je gegevens daarom altijd bij.
Vanaf 1 januari 2028 wil het kabinet box 3 overzetten op belasting over het werkelijke rendement. Voor aandelen, obligaties en opties wordt dat een vermogenswinstbelasting, die ook waardestijging meeneemt. Het heffingsvrij vermogen verdwijnt dan en daarmee de huidige grens voor belastingvrij sparen. Daarvoor in de plaats komt een heffingsvrij resultaat van € 1.000, lager dan de € 1.800 uit eerdere plannen.
Het kabinet geeft zelf een rekenvoorbeeld. Bij 2 procent rente over de eerste € 50.000 aan spaargeld betaal je effectief geen belasting. Ook dit is nog een voorstel en de wetgeving is niet definitief.
Controleer in november en december hoe de stemmingen over het Belastingplan en de novelle aflopen. In december berekent de Belastingdienst Toeslagen automatisch je voorschot voor 2027, dus kijk ook dan in Mijn Toeslagen. Op 1 januari 2027 ligt je vermogen voor belastingvrij sparen vast voor dat jaar. Begin 2027 stelt de Belastingdienst de definitieve forfaits voor spaargeld en schulden vast.
Dit is algemene informatie en geen persoonlijk fiscaal of financieel advies. Controleer de bedragen altijd op de site van de Belastingdienst of Rijksoverheid.
Je mag in 2026 € 59.357 per persoon belastingvrij sparen. Met een fiscaal partner is dat samen € 118.714. Belastingvrij sparen geldt voor je totale vermogen in box 3, niet alleen voor je spaarrekening.
Per persoon. Fiscale partners krijgen allebei de vrijstelling, dus samen het dubbele. Jullie mogen je vermogen in de aangifte onderling verdelen.
Nee. De 36 procent geldt voor het fictieve rendement boven de vrijstelling. Bij spaargeld komt dat in 2026 neer op ongeveer 0,46 procent over het bedrag boven de grens.
Dat is nog niet beslist. Het Belastingplan noemt € 60.098 per persoon. Het kabinet wil via een novelle naar € 30.846. Bekijk eind 2026 welk bedrag is aangenomen.
Je betaalt alleen belasting over het deel boven de grens, dus een klein bedrag boven de vrijstelling kost weinig. Voor toeslagen ligt dat anders, want daar kan één euro boven de vermogensgrens je hele recht kosten.